Welkom

WELKOM op mijn blog.

Ik hoop dat je met veel plezier zult volgen wat er zoal rondom THE5OAKS te beleven valt. Over de dieren: Onze blonde labrador VERDI; Leeft om te eten en te slapen... Onze rode (je-weet-wel) kater TIJGER; Vindt het oké dat wij bij hem inwonen. De Pony's: JORDY; lief, eigenwijs en een tank op vier benen. BERTJE; Lief, angstig, maar ook onafscheidelijk maatje van Jordy.

En natuurlijk over de bewoners: HARRY , maatje van Yvon, opa van Nanne en Noud en baas van Verdi en YVON, (alweer bijna 14 jaar onafscheidelijk) maatje van Harry, moeder van Robbert en Yvonne, oma van Nanne en Noud en nog veel meer.....

Ik schrijf over onze belevenissen, de verbouwing, de leuke en minder leuke dingen die op ons dagelijks pad komen. Over dat het heerlijk wonen is op het Overijsselse platteland.

En natuurlijk maak je me heel erg blij met je reactie!

Groetjes Yvon

dinsdag 22 april 2014

Wij hadden dat groene gedoe niet in onze tijd!


DENK HIER MAAR EENS OVER NA!!

Bij de kassa van een supermarkt stelt de jonge caissière aan een oudere vrouw voor, dat zij voortaan haar eigen boodschappentas meebrengt, in plaats van een plastic tas te kopen.

"Want plastic tassen zijn niet goed voor het milieu", zo zegt ze.

De vrouw verontschuldigt zich en legt uit: "Wij hadden dat groene gedoe niet toen ik jong was!" De caissière antwoordt:

"Ja, en dat is nou juist ONS PROBLEEM vandaag-de-dag: JULLIE generatie maakte zich niet druk om het milieu te sparen voor de toekomstige generaties!"

Ze heeft gelijk, onze generatie had dat groene gedoe niet in onze dagen.

Toen hadden we melk in flessen, frisdrank in flessen en bier in flessen, die we leeg en omgespoeld terug brachten naar de winkel.

De winkel stuurde deze dan terug naar de fabriek en in de fabriek werden deze flessen gesteriliseerd en opnieuw gevuld. Wij deden ècht aan recycling.

Maar we deden niet aan dat groene gedoe in die tijd!

Wij liepen trappen, omdat we niet over roltrappen en liften beschikten in elk gebouw.

Wij liepen naar de supermarkt en hesen onszelf niet iedere keer in een 300 PK machine, elke keer als we 2 blokken verder moesten zijn.

Maar ze heeft gelijk: wij hadden dat groene gedoe niet in onze tijd!

Babyluiers gingen in de kookwas, omdat wegwerpluiers niet bestonden.

We droogden onze kleren aan de lijn en niet in een energieverslindende machine die continu 220 volt verbruikt. Wind- en zonne energie droogden onze kleren echt - vroeger, in onze dagen.

Kinderen droegen de afdankertjes van oudere broers en zussen en kregen geen gloednieuwe kleren.

Maar de jonge dame heeft gelijk! Wij hadden dat groene gedoe niet in onze tijd.

In die tijd hadden we - misschien - 1 tv of radio in huis en niet 1 op elke kamer.

De tv had een klein schermpje, ter grootte van een zakdoek en niet een scherm ter grootte van de bijenkorf. Als je al een tv had).

In de keuken werden gerechten gemengd en geroerd met de hand, omdat we geen elektrische apparaten hadden die alles voor ons deden.

Wanneer we een breekbaar object moesten versturen per post, dan verpakten we dat in een oude krant ter bescherming en niet in piepschuim of plastic bubbeltjes folie.

In die tijd gebruikten we geen apparaat met een motor die op benzine het gazon maaide.

We gebruikten een maaier die geduwd moest worden en functioneerde op menselijke kracht.

Wij sportten door te werken, zodat we niet naar een fitnessclub hoefden te gaan om op ronddraaiende loopbanden te gaan rennen, die werken op elektriciteit.

Maar ze heeft gelijk.

Wij hadden dat groene gedoe toen niet.

Wij dronken uit de kraan wanneer we dorst hadden, in plaats van uit een plastic fles, die na 30 slokken wordt weggegooid. Wij vulden zelf onze pennen met inkt, in plaats van elke keer een nieuwe pen te kopen.

Wij vervingen de mesjes van een scheermes, in plaats van het hele ding weg te gooien alleen omdat het mesje bot is.

Maar.. wij hadden dat groene gedoe niet in onze tijd.

Mensen namen de trein of een bus en kinderen liepen of fietsten naar school in plaats van hun moeder als 24-uurs taxi servicedienst te gebruiken.

Wij hadden 1 stopcontact per kamer en niet een heel arsenaal aan stekkerdozen en verlengsnoeren om een dozijn apparaten van stroom te voorzien.

En wij hadden geen geautomatiseerde gadgets nodig om een signaal op te vangen van een satelliet die 2.000 mijl verderop in de ruimte hing, zodat we contact konden leggen met anderen en uit te vinden waar de dichtstbijzijnde pizzatent zich bevindt.


Maar is het niet in-en-in triest dat de huidige generatie klaagt over hoe verspillend wij 'oudere mensen' waren, gewoon omdat wij 'dat groene gedoe' niet hadden in onze tijd?

Stuur dit door naar andere "egoïstische" oudere mensen, die (niet) zitten te wachten op een les in het behoud van moeder aarde, gegeven door "intelligente" jongeren van deze tijd.




donderdag 27 maart 2014

wat vliegt de tijd....

Zeker als er heel weinig uit je handen komt. Inmiddels alweer een keer op de spoedeisende hulp terecht gekomen met hartklachten en ook afgelopen maandagmiddag was het ineens raak. Gelukkig hebben extra medicijnen uitkomst geboden. Maar ik wordt er wel onzeker van.

Toch ben ik afgelopen weekeind wel naar het quiltweekeind geweest. Ik had een kamer voor mij alleen en heb vaak lekker rustig op mijn kamer gezeten en gelegen om uit te rusten. Maar toch ook de gezelligheid van het weekeind kunnen meepikken.
De foto's zeggen natuurlijk wel weer genoeg. Zoveel mooie dingen gemaakt en zoveel plezier..... Voor volgend jaar hebben zich gelijk alweer 28 dames opgegeven. Hier de deelneemsters van het afgelopen weekeind. Het was alweer de 6e keer. En het lijkt of het elk jaar gezelliger wordt....




We gaan er van uit dat tegen die tijd er iets aan mijn problemen gedaan zal zijn. De komende maand diverse keren voor onderzoeken naar Zwolle en dan, begin mei, de uitslag. Hopenlijk kan ik in mei wel op vakantie want dat zou een grote teleurstelling zijn als dat niet doorging.

Wil je alle foto's van het quiltweekeind zien? Dan moet je deze HIER  maar even kijken ....

dinsdag 25 februari 2014

Wat betekenen die cijfertjes


Ik weet niet hoe jullie dat doen maar als ik boodschappen doe dan kijk ik toch meestal wel op het etiket waar het vandaan komt en wat er in zit.  Bij groente en fruit staat het soms er boven maar bij los fruit wordt het al wat moeilijker. Maar...... steeds vaker zit er op een fruit (in dit geval een ) appel een klein stickertje die nuttige informatie bevat.Het vertelt je of ze conventioneel geteeld zijn , of zijn biologisch , of dat ze genetisch zijn gemodificeerd. Dat is belangrijke informatie , als we bedenken dat 7 op de 10 items in de supermarkt  genetisch gemodificeerde ingrediënten bevatten.

De kleine sticker wordt genoemd PLU- code die staat voor Price Look Up Code . Deze codes zijn in gebruik sinds 1990 , en er zijn meer dan 1300 universele PLU codes toegewezen . Maar ze volgen enkele algemene richtlijnen , hier zijn ze:

4 cijfers en beginnend met een 3 of een 4 : opbrengst wordt conventioneel geteeld .
 Dit betekent dat bij de teelt van deze producten kunstmest is gebruikt en dat ze zijn bespoten met bestrijdingsmiddelen en  pesticiden .
5 cijfers en beginnen met een 8 : de teelt  was genetisch gemanipuleerde of genetisch gemodificeerd .
 Dit betekent dat de producten werden genetisch gemanipuleerde zijn om  groter of sneller te groeien om zo een grotere oogst te hebben. Onnodig te zeggen dat  dit proces nadelig is voor de kwaliteit, en schadelijk voor de gezondheid .
5 - cijfers en beginnen met een 9 : opbrengst is volledig biologisch gehouden .
Dit zijn producten die niet zijn behandeld met chemicaliën en die niet genetisch gemanipuleerd  zijn. Dit zijn de veiligste producten die er zijn.

Dus sinds ik ontdekte wat de codes betekenen  kan ik zien wat voor fruit (appels) ik koop.Ik weet niet of jullie dit ook al weten en daar  wil ik dit met jullie delen.

Om het code gebruik te illustreren , hier is een voorbeeld :

3440 : conventioneel geteelde Granaatappel
83440 : Genetisch gemodificeerde ( GGO) Pomegranate
93440 : Biologisch geteelde Granaatappel
Zoals u kunt zien , de laatste vier nummer zijn hetzelfde in alle drie codes . De laatste vier nummers verwijzen naar wat voor soort fruit of groente is .

Dus.....  als het begint met een 8 , niet kopen want het is geen natuurlijk product maar er is door de mens mee gesold. Hun voedingswaarde is veranderd en verminderd.

Probeer zoveel mogelijk biologische producten te gebruiken. . Maar omdat dit niet altijd kan is het goed te weten dat het ene product beter in staat is  chemische stoffen en pesticiden te absorberen dan het andere Wil je zo'n product toch gebruiken dan kun je indien mogelijk beter de biologische variant kopen of een alternatief zoeken. Deze  foute producten worden ook wel de " vuile twaalf " , en zijn :

selderij
perziken
aardbeien
appels
bosbessen
nectarines
Zoete paprika
Spinazie , boerenkool en boerenkool
kersen
aardappelen
druiven
sla
Bij het kopen van die product , probeer  om ze biologisch te krijgen.

Aan de andere kant, er zijn ook 15 produceren die worden beschouwd als de " schoonste " en die kun je ook gebruiken al zijn ze conventioneel geteeld :

uien
avocado's
suikermaïs
ananassen
mango's
zoete erwten
asperge
kiwi's
kool
aubergine
zoete meloen
watermeloen
grapefruit
zoete aardappelen
zoete uien
De reden waarom sommige producten  veiliger zijn dan andere om te eten is, dat wanneer ze conventioneel geteelde zijn, deze producten niet  zo veel chemische stoffen en pesticiden absorberen  en dus minder giftige stoffen bevatten dan de "vuile".

Ik hoop dat je wat aan deze informatie hebt en dat het de volgende keer dat je gaat boodschappen doen zal helpen.

zondag 12 januari 2014

Alweer 10 dagen...

Het nieuwe jaar is alweer 10 dagen oud en ik zag dat het alweer een maand geleden is dat ik voor het laatst een logje heb geschreven. Ik zag dat ik in het laatste logje de 4 nieuwe oude stoelen heb laten zien. Na het schrijven van dit logje kwamen we er nog 4 tegen op marktplaats en na een bod te hebben gedaan zijn we richting Noord-Holland gereden waar we ze konden ophalen. Omdat we maar een maar een paar km van zee waren en het zonnetje heerlijk scheen natuurlijk even uitwaaien in Egmond aan Zee.

 Daarna heerlijk kopje thee en een broodje in de strandtent die nog open was.


 Daarna weer richting auto want we hadden nog een beste reis voor de boeg.


 Oh ja, ik heb ook nog een ochtend met DD  wezen bloemschikken. Nou ja, bloemschikken. Er kwamen geen bloemen aan te pas. We hebben iets gebasteld voor de kerst. Maar het was heel erg gezellig.

En dan sta je op een mooie ochtend op en is dit wat je ziet.....
 Een cadeau toch?

 Natuurlijk.... de stoelen..... Hier de hele tafel met alle 8. Zeg nou zelf, mooi toch?



En de kerstloper die ik zo graag wilde maken is ook nog af gekomen. 
 En voor we het wisten was het alweer nieuwjaar. Pfff.... eigenlijk blij dat alles weer gewoon werd. Dus weer eens nadenken wat we zouden gaan doen de rest van de winter. En toen las ik op een forum over een haakalong. Elke week een paar randjes haken aan een deken. Leuk.... daar doe ik aan mee.


 Eerst begonnen met kleurtjes. Mmmm best leuk maar eigenlijk dacht ik met een beetje heimwee terug aan de mooie witte spreien die mijn oma altijd op bed had liggen. En dus voorlopig geen kleurtjes maar eerst een witte deken haken.


TOT SLOT.......
 een goed, gezond en vreedzaam 2014 . (het kan nog net.....)

maandag 9 december 2013

En verder?????

Tja, en dan vraag je je af of ik nog iets heb gedaan aan het quilten de afgelopen maanden. Ik zal proberen in de vorm van een fotoverslag te laten zien dat ik echt nog wel wat gedaan heb. 

(Bijna) elke donderdagavond Mini-bee met Minie. Hieronder haar monsterklus van het afgelopen jaar...... Wat is die mooi aan het worden. 
Heel mooie japanse stof gekocht. Weet nog niet precies hie maar ik wil er een mooie quilt van maken.

 En deze foto vond ik op internet, die zet ik er gewoon even tussen. En waarom? Omdat wij zolang ik me kan herinneren als kind, altijd een kever hebben gehad....

 En dit is dan de ragtime die ik heb afgemaakt. Toen ik in augustus een dag voor de Stichting Jopie's Dromenquilt op het quiltfestijn in Marienberg stond heb ik heel mooie flanel gekocht. En inmiddels is de ragtime af... Mmmm heerlijk als je even op de bank wil liggen.

En het liefst natuurlijk als de kachel lekker brandt.



Oh ja, begin september was Els hier een dagje op bezoek en samen met haar en Minie ben ik lekker een dagje naar De Naaidoos geweest. Altijd heel gezellig en altijd kom je dan met een volle tas en lege portemonnee thuis. 


In november ben ik met Minie naar een dagcursus free motion quilten geweest. Dit is een stukje van het resultaat. 


En natuurlijk ben ik nog steeds bezig aan de cirkel quilt....


En dit is wel heel bijzonder. Ik had het quiltje al klaar en toen kwam ik op internet de foto tegen die waarschijnlijk als voorbeeld heeft gefungeerd. 


Ti9jgeer vraagt zich af wanneer ik een keer een quilt ga maken met hem als voorbeeld.....



Inmiddels enieten we volop van de nieuwe bank die we hebben gekocht.
En ook de vier stoelen die we op marktplaats hadden gekocht staan mooi bij de tafel. En weet je wat nou het leuke is? We hebben er nog vier via marktplaats bij kunnen kopen en die aan we de komende week op halen. En dan staan er 8 rondom de lange tafel, precies zoals ik het me altijd had voorgesteld. 
En deze loper ben ik aan het maken. Maar dan 3,5 meter lang voor op de "kerst" tafel. De kleuren zijn beige, rood en grijs. En dan heerlijke bling-bling kerststoffen. 

Zo dat was  niet alleen even bijpraten maar er was ook wat te zien. 

Groetjes
Yvon

Kerstverhalen....

KerstmisVeel zullen aan de kerst van hun jeugd onder andere de herinnering hebben aan de kerstverhalen..... Ik in ieder geval wel. Kerstverhalen die mijn vader vertelde op eerste kerstdag als de echt kaarsjes brandden. En de kerstverhalen die in de kerk werden verteld. En later, toen ikzelf jaren lang tijdens het kinDerkerstfeest in de kerk een kerstverhaal vertelde. Een van de kerstverhalen die me zijn bijgebleven uit mijn kindertijd is het verhaal "Wolven in de kerstnacht". Nog veel meer KERSTVERHALEN zijn HIER te vinden.



Wolven in de kerstnacht

Het gebeurde in Zweden, in het gedeelte dat zo dicht bij de koude Noordpool ligt, dat de winter er wel drie maal zo lang duurt als hier. Het is een boze, ijzige winternacht en alles ligt onder een dikke sneeuwlaag verborgen. De dagen zijn kort en omstreeks het midden van de winter zo kort, dat het haast geen dag meer genoemd kan worden. Voor het goed en wel licht is geworden, komt de avond al weer. Er zijn allerlei gevaren: felle vrieskou en sneeuwstormen... en wolven soms. Maar de mensen die daar in 't hoge Noorden wonen zijn aan al deze dingen wel gewend en ze weten niet anders of de winter hoort zo. De hoge, rotsige bergen... de grote stille dennenbossen... hoofdwegen en landweggetjes... steden en boerendorpjes... alles dik onder de sneeuw. Dan moet je met sleden of ski's naar school, naar de kerk, naar de stad om te winkelen of op bezoek bij familie.

Een Zweedse boer spant zijn paard voor de slee om zo'n tocht naar de stad te maken. Hij gaat dingen kopen voor Kerstmis, want in zijn eigen dorpje zijn geen winkels waar je zoiets kunt kopen. Zijn vrouw staat bij hem en helpt met het inspannen van het paard. Het paardje trappelt van ongeduld; het heeft de frisse buitenlucht geroken en het hinnikt van plezier. "Waar wil je de boodschappen in doen?" vraagt zijn vrouw. De man krabt zich eens achter de oren, terwijl hij zijn gezicht vol rimpels trekt. "Drommels, dat zou ik bijna vergeten. Goed dat je het zegt moeder. De kist van verleden jaar hebben we niet meer. Zou ik de regenton nemen? Die gebruiken we toch voorlopig niet meer."

"Welja," zegt de vrouw. "Neem de ton mee. Wacht, ik zal je helpen om hem op de slee te krijgen. Zul je er om denken dat je voor donker weer thuis bent? Laat me nou niet ongerust over je hoeven te worden."

"Je moet niet zo gauw ongerust zijn," lacht de man. "Natuurlijk ben ik voor donker thuis! Zover is het toch niet! Dan steken we alle kaarsjes aan en gaan we kerstfeest vieren rondom de boom. Wat zullen de kinderen blij zijn. Ik verheug me er echt op!"

Vlug springt de man op de slee en voort gaat het over de harde glinsterende weg in de richting van de stad waar de mooie winkels zijn.

't Paardje is niet jong meer, maar het is goed gevoed en uitgerust en het draaft over de weg dat het een lust is. Een ijzig koude wind snerpt de man langs de oren. 't Hindert hem niet. Hij is zo blij, dat hij overal tegen kan. Hij denkt aan het kerstfeest dat ze weer zullen vieren. Het roodgloeiend opstoken van de kachel. 't Kerstverhaal voorlezen, samen mooie kerstliederen zingen en alleen maar warme, gelukkige gezichten. "En voor moeder koop ik ook wat," zegt hij tegen de achterkant van zijn paard. "Voor zichzelf heeft ze natuurlijk niets op het boodschappenlijstje geschreven; zichzelf heeft ze natuurlijk weer vergeten. Maar het zou wel vreemd zijn als ik in de één of andere winkel niet iets ontdek waar ze blij mee zal zijn." 't Paard zwaait vrolijk met zijn staart. Het is net alsof hij zijn baas begrijpt. Ze zijn aan elkaar gewend geraakt, al deze jaren.

"Het is maar goed," zegt de man, "dat ik de regenton heb meegenomen. Daar doe ik al die boodschappen makkelijk in en dan hoef ik niet bang te wezen dat er op de terugweg iets uitvalt."

Het paard huppelt bijna over de weg. Zijn adem vliegt als een dampwolk naar achteren. Af en toe briest hij; dan lijkt het wel of er water uit zijn neusgaten spuit. De zon komt even door de wolken en de slee rijdt door een toverwereld. De sneeuw flonkert alsof zijn met goud bestrooid is. De wind fluit iets minder scherp om de slee. De man knalt vrolijk met zijn zweep. Hij voelt zich erg gelukkig!

In de stad is het druk, maar met de boodschappen gaat het vlot. De boer merkt het wel dat de mensen uit de stad lachen om die grote regenton, maar de man lacht zelf vrolijk mee. "Ja man," zegt hij tegen de bakker, bij wie hij het laatst komt, "Ik moet er nog een heel eind mee rijden en ik moet er niet aan denken dat ik wat zou verliezen."

"Ja, en voor de wolven is mijn krentenbrood veel te goed!" grapt de bakker.

Nu kijkt de man opeens heel ernstig en strak. "Met de wolven moet je niet spotten!"zegt hij.

"Ben je ze wel eens tegengekomen op de weg?"

"Nee, gelukkig niet!"

"O, zo. Nou, ik wel en dat was geen grapje, dat kan ik je wel zeggen."

Ja, dat kan de bakker zich wel voorstellen. Een wolf! Hu... Maar nu moet hij vlug naar zijn winkel terug en de boer moet haast maken om thuis te komen. Hij haalt zijn verkreukelde boodschappenbriefje te voorschijn. Het is er met dat briefje niet beter op geworden. Het is gescheurd en vies geworden en het ruikt sterk naar tabak. Maar alle dingen zijn doorgestreept. Dat is dus in orde. En voor moeder, die zichzelf altijd vergeet zitten nog drie extra pakjes in de ton. Daarover heeft hij nog het meest plezier. Wat zal ze kijken!

Plotseling kijkt hij naar de hoge torenklok en bekijkt daarna bezorgd de lucht. De zon is allang weggetrokken. Er komen grauwe wolken aandrijven. Brengen die nog meer sneeuw misschien? 't Kan best. Er is een strenge winter voorspeld. In ieder geval zal het vandaag nog vroeger donker zijn dan anders.

"Ik ga nergens meer langs om een kop koffie te drinken,"zegt de man tegen zijn paard. "We gaan gauw naar huis, Bles. Thuis krijgen we wel weer eten en drinken, wat jij!"

Voort gaat het nu weer over de witte straten. In draf de stad uit, een paar dorpjes door, die bijna aan de stad zijn vastgegroeid en dan de grote witte eenzaamheid in. Daar, heel in de verte, staat het bos als een hoge, donkere muur. "Vort Bles! Vort! Achter het bos ligt ons dorp. Daar is het huis met moeder en de kinderen. Daar gaan we kerstfeest vieren. Dat bos is maar niks als het nacht is. Maar, we halen het nog wel. Als jij je best maar doet. Vort, Bles!"

't Paardje trippelt uit alle macht. Het open witte sneeuwveld door, het grote stille bos in. De man heeft het gevoel dat achter hem een grote deur dichtvalt wanneer hij het vos inrijdt. Het is al donker tussen de stammen van de bomen.

Kan het ergens zo geruisloos en geheimzinnig zijn als in een groot, Zweeds sneeuwbos? Het lijkt of er iets tegen je spreken wil en toch is er geen stem! Er breekt een tak door de zware sneeuw. De sneeuw glijdt met scherp geritsel omlaag, de tak blijft omgekeerd hangen tussen de andere takken. Plotseling rilt de man op zijn slee. Hij rilt niet van de kou deze keer. Er is iets in het donkere bos, iets dat hij niet kan verklaren. Was hij maar vast thuis!

"Kom Bles, laat zien wat je kunt. Ik wil kerstfeest vieren met moeder en de kinderen. Doe je best Bles, dat we gauw het bos uit zijn! Het is hier niet pluis Bles!"

Wat is dat daar... aan de kant van de weg? Een klein zwart ding, dat langzaam voortbeweegt. Wat kan het zijn? "Vort Bles! Snel er langs!"

De zweep knalt, strak staan de teugels. De slee schiet het zwarte ding voorbij. Even kijkt de boer opzij, naar beneden. O, 't is een oude vrouw. Een heel oud en arm, kromgegroeid vrouwtje. Tijdens het voorbijrijden kijkt de boer even. De oude vrouw kijkt naar de slee met smekende ogen.

"Nou, die is vast niet goed wijs," zegt de boer tegen de paardenrug. "Die is stapelgek, kun je wel zeggen. Weet dat oude mens niet dat er wel eens wolven zijn in deze bossen? Wie gaat er nu tegen de avond het bos in. Nou ja, moet ze zelf ook maar weten. Ik heb er niks mee te maken. Vort Bles, we gaan gauw naar huis, kerstfeest vieren!"

Kerstfeest? De boer schrikt opeens voor het woord dat hij de laatste dagen al zo vaak heeft gebruikt. Kerstfeest, kerstfeest. Iedereen zegt het tien, twintig keer op een dag. Je denkt er haast niet meer bij. Kerstfeest vieren? Wil jij kerstfeest vieren? Jij, die een arm, weerloos oud vrouwtje wilt laten verscheuren door de wolven?! Wou jij kerstfeest vieren?

"Ho!" roept de boer opeens luid tegen zijn paard. Hij schrikt van zijn eigen stem, die schalt door het bos. Meteen trekt hij zo hard aan de teugels, dat het beestje ook schrikt. Zijn hoeven glibberen over de gladde weg. 't Gooit de kop wild achteruit. "Ho Bles! We moeten keren, jong! We moeten dat oude mensje oppikken. Zó kan ik geen kerstfeest vieren!"

Voorzichtig trekt hij aan de teugels... ja... ja... toe maar... toe maar... ja. Best beestje hoor! Dan gaat het snel terug tot waar het mensje nog strompelt in de sneeuw. Verrast kijkt ze de boer aan, die bij haar halt houdt. "Stap op," zegt hij kortaf. "Stap gauw op de slee. Onderweg kun je me wel vertellen waar je heen wilt."

't Oude vrouwtje gaat zitten. "Baas, baas, wat ben ik je dankbaar... Wat ben ik je dankbaar!" Ze trekt haar doek vaster om de magere schouders en geniet van de snelle, veilige rit. Ze vertelt dat ze naar haar kleindochter op weg is, die heeft een kindje gekregen... Maar geld om zich te laten rijden heeft ze niet. En ze heeft niemand anders op de hele wereld dan die ene kleindochter. Al de anderen zijn dood.

"Wat een stakker," denkt de boer. "Nou ja, ze zit nu tenminste veilig in de slee."

"Vort Bles! Zie je wel hoe donker het tussen de stammen wordt? We zijn veel tijd kwijtgeraakt, Bles! Dat halen we niet zo gemakkelijk weer in.!"

De sneeuw kraakt onder de slee, de wind fluit, de stille bomen kijken droevig de reizigers na, alsof ze een geheim weten, dat ze niet zeggen kunnen. Weer rilt de boer. Hij geeft zijn paard nog een tikje met de zweep. Waren ze het bos maar uit! Buiten op de vlakte is het lichter! Daar kun je, heel in de verte het dorp al zien liggen.

"Vort Bles! Vort!"

Plotseling komt er, boven het geluid van sneeuw en wind uit, een hoge, langgerekte toon dichterbij. Uit de diepste diepte van het bos komt die toon. Man, vrouw en paard horen hem tegelijkertijd. Ze krimpen ineen. Wat ze horen is het geluid van wolven die een achtervolging beginnen. Wolven! Wolven! Een groep hongerige, bloeddorstige wolven!

"Vooruit Bles! Vooruit! We moeten kerstfeest vieren thuis met moeder en de kinderen! Ze wachten op ons, Bles! Ze kijken naar ons uit!"

Nog nooit heeft het kerstfeest hem zo wonderlijk geleken als nu, nu hij het misschien wel nooit meer vieren zal! Nooit meer, omdat hij dood in het bos zal liggen... dood en verscheurd... door wolven verscheurd. Vort Bles! Vort!

Weer snijdt een scherp wolvengejank door de koude winterlucht. Dichterbij zijn ze al gekomen. Hoor, hoor!! 't Geluid komt dichterbij. Geen dier in de wildernis loopt zo snel als een hongerige wolf in een troep. De oude vrouw komt wat overeind. Ze rekt haar hals. Haar oude gezicht ziet er bezorgd uit. Ze heeft het geluid van de wolven wel begrepen. Ze weet wel, waarom de boer zijn paard plotseling zo voortzweept. De wolven komen! Ze hebben honger en ruiken het spoor van mensen en dieren.

't Grootste en wreedste gevaar van de eenzame sneeuwbossen komt snel als de wind dichterbij! 't Oude vrouwtje zucht diep en smartelijk. Ze vouwt haar magere handen, het is het enige dat ze kan doen. De boer hoort de oude vrouw zuchten. Bijna was hij haar vergeten door de spanning, maar nu weet hij het weer. Natuurlijk, dat ouwe mensje dat hij moest oppikken langs de kant van de weg! Eigenlijk is het haar schuld dat ze nu door de wolven worden overvallen. Háár schuld, dat ze tijd zijn kwijtgeraakt. Háár schuld, dat het paard nu langzamer loopt. Het beest is al oud en heeft nu op de terugweg een dubbele vracht. Waarom is hij ook zo dom geweest!? Waarom heeft hij al die kostbare minuten verknoeid?!"

Vort Bles! Vort! Ik sla je met de zweep! Ik ransel je... Ik móet thuiskomen!"

Dáár, alweer de wolven. En weer dichterbij! In het dichte onderhout beginnen bevroren takken te kraken. Vurige ogen glinsteren groenachtig tussen de stammen, open bekken, tongen hangen naar buiten. "Vort dan toch Bles, vort! Het gaat om ons leven!" Een zweepslag knalt door de koude lucht. Maar 't was niet nodig geweest. Het paard heeft de doodsvijand al geroken. Met wijd open gesperde neusgaten en rollende ogen rent het voorwaarts, trillend over zijn hele lijf. Zo heeft de boer nog nooit een paard zien lopen. Wat kan er nog gedaan worden om het leven te redden? "De pakjes!" roept de boer tegen de oude vrouw. Zijn stem is schor van ellende. "Haal de pakjes uit de ton! Gooi ze één voor één naar de wolven. Misschien houdt het ze tegen. 't Kan ons redden!"

"Ja baas, ja, ik zal het doen baas." Haar bevende handen voelen al in de ton. Een groot vierkant pak... 't Rammelt.

De blokkendoos, weet de boer. Daar gaat het pak al, midden tussen de wolven. Die blijven staan... verdringen elkaar... Ze ruiken de mensenlucht en scheuren woest het papier uit elkaar. Ze zetten hun sterke roofdiertanden erin, maar... 't Is bedrog! En verder holt de hongerige troep... de warme lucht van mensen en een paard in de neus... Ze naderen dichter en brutaler dan zo-even. Een tweede pak vliegt uit de slee... daarna een derde... een vierde. Speelgoed, een brood, koek, kerstboomkaarsen... Ieder pakje geeft een kans op redding.

"Vort Bles! Vort!" Wat is dat bos eindeloos groot! Stille, droeve bomen in eindeloze rijen. Takken die doorbuigen onder de sneeuw. Wintermist tussen de stammen. O, wat zijn vrouw en kinderen ver weg! En Bles wordt zo moe met zijn dubbele vracht. Brutaler en brutaler worden de wolven. 't Is net of ze merken, dat het paard moe wordt. Hun bekken hangen open... hun ogen blikkeren... hun keel stoot hijgende geluiden uit... Het is of ze weten, dat ze het gevecht zullen winnen.

Een dubbele vracht! De man moet er steeds aan denken. 't Hamert in zijn gloeiende kop. Een dubbele vracht... een dubbele vracht... Het is haar schuld... haar schuld. Als ik niet had hoeven terug te rijden... haar schuld... haar schuld.

Plotseling komt er een vreemd gedachte bij hem op. Een gedachte om koud van te worden, maar toch... de gedachte laat hem niet los: Ik gooi dat wijf eraf! Laten de wolven haar opvreten! In de tijd dat ze met haar oude botten bezig zijn ben ik gered. Zij heeft niemand meer op de wereld! Ik heb vrouw en kinderen! Ze wachten op me. Ik moet thuis kerstfeest vieren! Kerstfeest vieren?! Jij?! Wou jij thuis kerstfeest vieren?!

Als je eerst een arm oud mens hebt vermoord? "Nee, nee! schreeuwt de man plotseling het bos in. "Nee, nee, nee!!"

Maar de wolven komen steeds dichterbij. En er zijn er zoveel. En de ton is leeg, tot op de boden. Ja, juist... de ton is leeg. Sneller dan de wolven schieten de gedachten door het hoofd van de boer. Alle slechte gedachten zijn nu verdwenen. Hij denkt in zichzelf: "Ik moet het doen, maar... het is zo moeilijk!" Nu zitten de wolven vlak achter de slee. Eén van de ondieren waagt een sprong, maar schrikt nog terug. Anderen wijken opzij af... Ze willen ons omsingelen, denkt de man vaag, dat is de manier van die gluiperds. "Neem de teugels, " zegt hij plotseling tegen de oude vrouw. "Hier, hou stijf vast! Bles weet de weg."

"Baas, baas... wat ga je nou beginnen? De man luistert niet meer. Hij staat rechtop in zijn slee. Nu neemt hij de lege ton en slingert hem met zijn sterke armen eruit... op de weg... Dan springt hij zelf uit de slee, grijpt de ton, kruipt erin en zet de ton over zich heen. 't Gaat zo snel! De wolven zijn even teruggedeinsd, voor een ogenblik. Nu echter ruiken ze de warme mensenlucht binnen in de ton. Ze verdringen elkaar, ze krabbelen en snuiven en janken van de honger. Binnen in zijn donkere gevangenis hoort de man de dieren bezig; hij ruikt hun adem door de duigen heen. In doodsangst klemt hij de wanden van de ton tegen de grond. Zijn handen bloeden ervan. Wat hindert het! Als hij maar het leven eraf mag brengen. Laat me veilig thuiskomen, denkt hij. Laat er een wonder gebeuren!

Hoog boven hem ruisen de dennenbomen in de avondwind die van de bergen komt. Zware kluiten sneeuw vallen omlaag; op de ton, op de wolven. Die schrikken even, rennen weg, maar komen al gauw weer terug. Het gekrabbel en gesnuif begint opnieuw... steeds ongeduldiger raast de bende om de ton. "O, laat me toch veilig thuiskomen!"

't Paard is inmiddels op hol geslagen. 't Loopt zoals het nog nooit gelopen heeft. Met vier benen tegelijk springt het op van de grond; de slee schudt en bonkt achter hem aan, het paard merkt het niet. Een poosje nog klemt de oude vrouw in doodsangst haar magere handen om de teugels. Dan kan ze niet meer. De teugels glippen haar uit de handen. Ze zakt ineen op haar bank en valt flauw. De spanning is teveel voor haar geweest. Ze merkt er niets van dat de slee het open veld bereikt. Ze voelt niets van de winterse wind, die scherper dan eerst om haar oren fluit. Ze voelt niet dat haar hoofd heen en weer bonkt tegen de harde bank. Ze weet niet meer van de boer, die voor háár van de slee sprong.

De slee met zijn vreemde last nadert het dorp... het paard rent maar door.

In het dorp staat de moeder met haar vier kinderen midden op de weg. Bezorgd kijkt ze naar de lucht, die sneeuwstorm voorspelt. Dan tuurt ze weer in de richting van het bos, dat een donkere blauwzwarte muur lijkt. Een buurman heeft haar gewaarschuwd; er zijn wolvensporen gevonden... een paar dagen geleden... Ver weg... zeker... maar wolven zijn zo vlug en de strenge winter heeft ze hongerig en wreed gemaakt.

"Komt vader nog niet, moeder?," vraagt het kleine meisje. "Nee liefje, nog niet. Maar straks hoor! Straks komt vader thuis met de slee!"

"En dan gaan we kerstfeest vieren," zegt Arndt. "Fijn joh, alle kaarsjes aan... en dan zingen en koek eten... hè moeder?"

"Zingen?" denkt de vrouw wanhopig, "en kerstfeest vieren?"

't Is allemaal zo ver weg... ze is bezorgd om haar man... om de wolven... om het donker en de sneeuwstorm. Er is gevaar!

O, zeker er is gevaar. Ze voelt het duidelijk. Ze wringt haar handen. "Daar, daar!"Daar komt de slee. "Moeder, kijk dan, daar komt vader! Zie die oude Bles eens draven!"

Het lijkt de moeder een wonder. 't Is alsof de zon door de wolken breekt. "Vader, vader!" juichen de kinderen. Ze steken hun handen op en dansen van plezier. Daar is bles al. Daar staat hij stil. 't Schuim druipt hem van zijn bek. Zijn ogen draaien wild en hij beeft over al zijn leden. "Vader! Vader!" Maar... in plaats van een grote sterke vader zit daar een oude, gebogen vrouw in de slee. Een arm, oud stukje mens, dat nu met grote moeite de ogen opslaat en verward rondkijkt. Moeder schudt het oude vrouwtje ruw bij de arm. De buren komen naar buiten en dringen om de slee, vragen wat er toch is.

"Vertel op! Wat is er met mijn man gebeurd? Mens zeg dan toch wat! Je kunt toch zeker wel praten?" Bevend en onverstaanbaar haast komen de woorden: "Je man... ginds in het bos... in de ton... de wolven... de wolven..."

Dan zakt het oude vrouwtje terug, bewusteloos. De inspanning is teveel voor haar geweest. Een paar buurvrouwen tillen haar uit de slee, nemen haar, zoetjes pratend, mee in huis. Maar de moeder weet al genoeg. Ze stuurt de jongens met kleine Antje naar binnen. Ze ziet hoe de buren weghollen om hun geweren te halen en ook harken, schoffels en knuppels. Ze ziet hoe flink Arndt het vermoeide paard uitspant en het naar de stal brengt. Hij legt een deken over de bezwete rug van Bles en komt dan weer naast zijn moeder staan. Ze huilt niet maar haar ogen branden. Misschien merkt ze niet eens dat haar jongen vlak naast haar staat. Ze wringt in haar handen. Heel stil staat Arndt naast zijn moeder. Hij begrijpt al zo veel. Hij begrijpt dat zijn vader iets heel dappers heeft gedaan. Iets, dat hem misschien wel het leven kost!

De mannen hebben één van hun uitgeruste paarden voor de slee gespannen en zijn in vliegende vaart weggereden, het donkere bos tegemoet. Kleiner en kleiner worden ze... nu verdwijnen ze in een wolk van sneeuw. 't Wachten duurt lang als het gaat om dood of leven. Medelijdende buurvrouwen komen naar buiten en proberen haar te troosten.

Moeder schudt haar hoofd. Niets zeggen... niets zeggen nu! Alleen maar stil zijn en wachten... en hopen op redding.

En eindelijk... ja... er gebeuren nog wel wonderen! Eindelijk komt de slee weer aangereden. Handen zwaaien. "Ho, peerd, sta!" Dan stapt de boer uit; wankelend, gewond en doodvermoeid, maar hij is er toch! Hij leeft! Gelukkig!

"Vader! Vader!" roepen de kinderen weer.

En nu is vader er werkelijk. Hij glimlacht vermoeid.

Díe dag niet meer, maar de vólgende zitten ze allemaal om de kerstboom. Een paar kaarsjes steken er in: overgebleven van verleden jaar, armzalige stompjes, die nog geen half uur zullen branden. De mooie nieuwe liggen ergens in het sneeuwbos... of in een wolvenmaag.

Maar... aan wolven wordt nu niet meer gedacht.

Cadeautjes zijn er nu ook niet en het middagmaal was een eenvoudige stamppot. Maar, ook al ontbreekt aan dit feest van alles, een gelukkiger kerstfeest dan dit hebben ze nog nooit gevierd!

donderdag 5 december 2013

Even bijpraten.....

Het is wel heel erg stil geweest de afgelopen maanden he. Het leven hier leek heel erg veel op een achtbaan. Het ene moment dachten we dat we nu weer lekker gewoon verder konden en voor we het wisten zaten we weer diep in een dal.  DH die weer ziek werd en toen, half oktober ikzelf die midden in de nacht per ambulance werd afgevoerd naar het ziekenhuis. En dan lig je ineens op de afdeling hartbewaking met een hart dat volledig ontspoort is. Kortom, er valt niet veel te vertellen dan alleen dat we nog steeds verzuchten: Pffff wanneer wordt alles weer een beetje normaal?

De afgelopen anderhalve maand heb ik best veel last van bijwerkingen van de medicatie die ik nu moet gebruiken om  mijn hart ritme onder controle te houden. Kortademig, heel moe, slecht slapen, last van mijn ogen en mijn concentratie is ook ver te zoeken. Kortom, ik had even geen puf om hier iets te schrijven. En bovendien had ik niets leuks te melden.

Maar, nu toch maar besloten om even een berichtje te plaatsen.
Zoals de meesten weten hebben we dit jaar een mooie grote eettafel gekocht. Maar daar ontbraken nog een aantal stoelen bij. Mijn wens is altijd geweest om daar 6 windsor stoelen bij te hebben. Maar die worden niet meer gemaakt. Althans ik ben ze nog niet tegen gekomen in beukenhout. Ik weet dat ze wel in Engeland te koop zijn maar voor meer dan 400 pond per stuk wordt dat een veel te kostbare zaak.

Ik zoek dus al een hele tijd op marktplaats en daar zag ik vorige week 4 stoelen staan. Precies die ik graag wil  En die hebben we gisteren dus opgehaald. 4 mooie stoelen voor een betaalbare prijs. We moesten er wel helemaal voor naar Baarle-Hertog, maar dat hadden we er wel voor over. Dit zijn ze.... Mooi he? Dus nu nog 2 te gaan....




maandag 28 oktober 2013

Midwinter

Midwinterhoorn

At ’n damp lankzaam trekt oaver ’n es
en at zowat weer harfst hef ewes,
de beum’ de leste blaa löss loat
en wie weer ’n advent in goat.
Dan loopt wie ’n moal weer langs de schure
en griept ’n mirrewinterhoarn van de mure.
De tiet van  ’t bloazen kump weer an,
veur alleman dee ’t wil en kan.

De leu loopt weer te hoop
en heurt den oalen roap,
wied klinken oaver ’t land.
En argens an nen dannbos rand,
blös weer nen ander ’t wieder hen
Noar woar d’r ene steet in ’t ven.
Zo röp den een den aander too
van ’t wichke en zie va en moo.

‘s Aovends in den oelen vlog,
met den steern al helder an de log.
Van den dreekönegen dag,
is ’t leste moal at ’t bloazen mag.
Veur dissen Karst is ’t weer gedoan,
wie könt weer noar de kökn goan.
En ’n hoarn geet weer noar de schure,
an ’n oalen spieker in de mure

Marice van Hessen


zaterdag 28 september 2013

Dit is dan de plek waar het begint. Het kapucijnen klooster in Velp. Daar ben ik weer vier dagen geweest om te quilten in de stilte van het klooster. 
Na samen koffie te hebben gedronken met de andere deelneemsters konden we onze spullen naar de kamers brengen.


Slapen deden we in het dormitorium van het Clarahuis.

Dit is de refter, de plek waar we alle maaltijden gebruiken. Heerlijk eten, vers bereid uit de tuin van het klooster.



Zoals deze heerlijke salade met de bloemen van de Oost-Indische kers.


Natuurlijk heb ik  weer vaak zitten genieten van het heerlijke uitzicht. Een rustplek op momenten waarop je even alleen wil zijn. 



Maar ik was niet de enige die daar van ggenooit. Ook de andere deelneemsters kon je er regelmatig vinden

En niet te vergeten de twee "huis" (klooster) katten. kwamen ons regelmatig gezelschap houden.

En zeg nou zelf, dit uitzicht nodigt toch uit om van te genieten?

Maar dat was niet de enige plek waar je lekker kon zitten. 







Drie keer per dag gingen we voor een stiltemoment naar de kapel. 's morgens om half acht, 's middags om twaalf uur en om zes uur voor de laatste keer. 's morgens hielden we de stilte tot na het ontbijt. En de rest van de maaltijden mocht er wel gepraat worden. Het is eigenlijk best prettig om tijdens de maaltijd stil te zijn. Het is even wennen alleen de geluiden van de messen en de vorken te horen.

Op dinsdagavond heeft Wout Oosterkamp met behulp van zijn klankschalen ons heel veel geleerd over geluid, stilte en de beleving daarvan. Dat was een geweldige ervaring. 
Op woensdagmorgen hebben we een groepsfoto gemaakt rond het werk wat we tot dan hadden gemaakt. 



Heerlijk werken met de hand, rustig, zonder het geluid van naaimachines. Dat past zo bij waar die dagen om gaat. Even afstand nemen van de hectiek van alledag. Je bezinnen op de dingen van het leven die er toe doen. Ontmoeten, delen, tot rust komen, zowel lichamelijk als geestelijk.


Het waren weer inspirerende dagen en net als vorig jaar geen seconde spijt dat ik er aan heb deelgenomen. Jammer dat goede dingen zo snel voorbij gaan. 


Share it