Welkom

WELKOM op mijn blog.

Ik hoop dat je met veel plezier zult volgen wat er zoal rondom THE5OAKS te beleven valt.


Over de bewoners: HARRY , maatje van Yvon, opa van Nanne en Noud en YVON, (alweer bijna 20 jaar onafscheidelijk) maatje van Harry, moeder van Robbert en Yvonne, oma van Nanne en Noud. Over Jonze labradorvriend Binq, die alweer 2 jaar ons leven deelt. Over de andere dieren die er waren staan nog veel leuke verhaaltjes te lezen.

Ik schrijf over onze belevenissen, de verbouwing, de leuke en minder leuke dingen die op ons dagelijks pad komen. Over dat het heerlijk wonen is op het Overijsselse platteland.

En natuurlijk maak je me heel erg blij met je reactie!

Groetjes Yvon

donderdag 29 september 2011

Ieder voor zich??????

We leven in tijden dat de bomen niet (meer) tot aan de hemel groeien.
Al jaren worden de burgers daar voor gewaarschuwd. Voor het "grijze gevaar". De ouderen die steeds meer zorg nodig zullen hebben.. De jongeren die dat allemaal maar met elkaar moeten gaan betalen.
We zullen langer moeten werken, met minder AOW genoegen moeten nemen, minder pensioen,  meer moeten gaan betalen aan zorgkosten. Het zou onbetaalbaar worden. En dat terwijl die "oudjes" geleefd hebben in de hoogtijdagen, geld hebben kunnen verdienen, goedkope huizen hebben kunnen kopen.... Kortom, alle sores die nu op ons af komt wordt veroorzaakt door één groep mensen.

De groep die in of net na de oorlog is geboren. Die geleefd heeft in een tijd dat er nog heel weinig was. 6 dagen in de week naar school, 6 dagen in de week werken. Weinig vakantie. En als je dan al vrij had, geen geld om weg te gaan. Als kind leefde je op het schoolreisje. 1 x per jaar met een bus weg en als je een beetje geluk had dan ging je in de 6e klas (groep 8) een dagje naar een echt pretpark.

Een verjaardag was feest want dan kreeg je ranja en als je moeder een oven had een stukje (eigen gemaakte) cake.
Televisie was er nog niet. Je speelde op straat, las boeken van de bibliotheek. Een kast vol speelgoed? Vergeet het maar. Met een beetje geluk had je een paar puzzels en 1 pop. Maar je vermaakte jezelf wel want in de straat woonde grote families en er waren altijd genoeg kinderen om mee samen te spelen. Tollen, steppen, hoepelen, verstoppertje, hinkelen, knikkeren. Er waren zoveel spelletjes waar je weinig of niets nodig had...

Knutselen? Oude kranten en stijfsel om mee te plakken. Niets geen mooie kleurdozen of stiften (bestonden nog niet eens). Je spaarde zilverpapiertjes op en andere gekleurde stukjes papier en als je er dan een flinke voorraad had dan ging je iets maken.

Kleuren foto's? Nee, alles zwart-wit. Oh en als je dan een keer een kleurenfoto zag dan was dat het toppunt. Een kalender met kleurenfoto's? Die werd gekoesterd.

Er was geen badkamer, geen wasmachine, geen centrale verwarming. In de winter gingen we naar bed met een dik vest aan, sokken aan, wanten aan en een muts op. Het vroor in de slaapkamer. En de rest van de winter zat je  in één kleine kamer bij elkaar. Het hele huis verwarmen was niet mogelijk en veel te duur.


Waarom? Omdat veel van de ouders van die na-oorlogse kinderen ook bijna niets meer hadden. Veel van wat er was geweest was tegen eten geruild of gewoon versleten. Heel veel gezinnen moesten helemaal overnieuw beginnen.


Studeren was er niet bij want dat kon alleen als je ouders geld hadden. Studiefinanciering was er nog niet. Dus je ging werken op je 16e. En in alle jaren daarna probeerde je cursussen of opleidingen te volgen in de avond uren om toch een beetje vooruit te komen.
Naar je werk gaan? 's Morgens om half zeven een half uur lopen naar het station en dan met de bus verder. Je begon om 8 uur en werkte tot vijf uur. Dan weer meer dan een uur met de bus terug, half uur lopen en met een beetje geluk was je om half zeven 's avonds weer thuis.

Mooie kleren? Nee, de jas die je aanhad was gemaakt van een jas van je moeder. Truien werden zelf gebreid en als ze te klein waren dan werden ze weer uitgehaald en opnieuw gebreid.
En verder droeg je de kleren van je oudere broertje of zusje af. 2 x per jaar kreeg je een nieuw stel kleren. Rond de pasen en tegen de kerst.

En tegen de tijd dat je de leeftijd had gekregen dat je zelf een gezin ging stichten was het vinden van een huis een
ramp. Als je de pech had in "het westen" te wonen betekende het, dat je een woonvergunning moest aanvragen.
En als je dan het geluk had dat je ergens een zolderetage kon huren met twee kleine slaapkamertjes dan kreeg je daar geen vergunning voor want 2 slaapkamers met 2 personen waas veel te groot. Een heel huis? Misschien als je vier kinderen had en samen meer dan 70 jaar was....

Je begon met bijna niets. Tweede hands meubels, derde hands gasformuisje. Geen pampers voor de baby en geen moderne wasmachine.
Waar ze wel heel goed in waren was sparen. Voor later, voor als ze oud zouden zijn. Ze hadden gezien wat het betekende voor hun grootouders toen de AOW werd geintroduceerd. En iedereen betaalde mee om die heel grote groep van (toen) bejaarden een AOW-uikering te laten krijgen. We betaalden  voor hun AOW en spaarden (dachten we) voor onze eigen AOW en pensioen voor LATER.

En over die groep gaat het. Die groep zou niet de solidariteit verdienen van de generatie die is opgegroeid in grote welvaart. De generatie die kon doorstuderen als ze dat wilden. Die kon uitgaan, op vakantie gaan.

 Solidariteit. Jammer dat dat woord uit de Dikke VanDale is verdwenen.

Soms hoor je opmerkingen over de vraag waarom je als alleenstaande zou moeten meebetalen aan de kinderen van anderen? Maar het zijn wel die kinderen die die alleenstaande later moeten helpen als ze bejaard zijn en hulpbehoevend.
Waarom meebetalen?
Omdat je als samenleving voor elkaar verantwoordelijk bent. En de ene keer betaal jij mee voor een andere en een andere keer betaalt die ander mee voor jou.
Zo simpel is het.....

Geen opmerkingen:

Er is een fout opgetreden in dit gadget